Goede ontvangst!

Het licht dooit wordt goed ontvangen. In de grootste leescommunity van Nederland (Hebban.nl) hebben 22 lezers Het licht dooit in een leesclub besproken.

Enthousiasme alom. Hoge waarderingen voor het levendige verhaal, de sprekende personages en het bijzondere taalgebruik. Gemiddeld vier sterren. Lees hier het eindverslag van de leesclub.

Dat deel ik graag. Niet van ‘Kijk mij nou’, maar om te laten zien dat het een bijzonder boek is dat wordt gewaardeerd door lezers die op zoek zijn naar een intense leeservaring. Ben jij dat ook? Lees Het licht dooit!

Direct via deze site te bestellen (klik rechts). Ook via elke boekhandel verkrijgbaar.

Daar is hij dan!

18 juni kwam Het licht dooit uit. Hij is in elke boekhandel te bestellen, off- & online.

Wat ik wou met Het licht dooit
Vijf jaar heb ik met dit verhaal gewerkt. Ik wou uitzoeken wat schrijven voor mij betekent. Onderzoeken hoe ik aankijk tegen de balans tussen vriendschap en prestaties. Hoe het zit met verraad. En met jaloezie. Ik wou iets met het verhaal van Woyzeck. Met mijn ervaringen in de toneelwereld in de jaren negentig in het prachtige Utrecht. Met Oidipous. Met zijn wie je bent en worden wie je kan zijn. Ik wou iets doen met de moeite die veel mensen hebben om mee te doen, om de codes te leren kennen en zich ertoe te verhouden. Met paranoia. Ik wou iets met mijn leraren Nederlands uit de periode dat ik het schrijven ontdekte. Mijn auditie aan de Toneelschool. De vriendschappen uit mijn puberteit. Dat heb ik allemaal in dit boek gekregen. Ik wou nog veel meer, maar dat heb ik er gelukkig allemaal uit weten te houden. En vooral wou ik iets met de magische seconden tussen de momenten dat in het theater het zaallicht uitgaat en het toneellicht aan. Het moment dat het licht dooit.

De opdracht
Dit boek draag ik op aan Jasper, vriend met wie ik het schrijven ontdekte. In Het licht dooit heb ik geprobeerd de branie te vangen die we toen ervaarden bij het vrolijk spelen met vuur. We hadden geen idee, maar we wisten het precies. Ik verlang er nog vaak naar terug.

Voorpublicatie
Nu jij,’ zei hij, terwijl hij weer een sigaret pakte.
Hij had me gevraagd teksten mee te nemen. Ik haalde ze uit mijn tas. Het waren gedichten, een cyclus van zes. Ik was er best tevreden over, ze zagen er netjes uit, waren vol betekenis en ook grappig. Ik reikte hem de bladen aan, maar hij pakte ze niet aan.
‘Lees maar voor,’ zei hij.
Daar had ik niet op gerekend. Dat anderen mij lazen, waar ik wel of niet bij was, was goed. Niet dat voorlezen.
‘Nee,’ zei ik.
In mijn hoofd had ik ze vaak gelezen, maar nooit hardop en nooit voor een ander. Het zweet brak me uit, mijn linkerslaap klopte. Als hij het las, was het al spannend genoeg. Wat deed ik hier eigenlijk?
‘Jawel,’ zei hij.
Naakt stond ik in zijn kamer. Hij wachtte, beide benen languit steunend op een lage openstaande bureaula. Hij zou mijn papieren niet aanpakken. Ik zag geen uitweg.
Ik begon.
Toen ik klaar was, was hij lang stil. Hij rookte en was stil. Hij dacht na en ik wachtte. Toen leek het alsof hij het wist, hij drukte hij zijn sigaret uit.
‘Waarom mompel je zo?’

Publicatiedatum bekend

Er is veel werk verzet sinds mijn vorige bericht, dus ik kan fijn nieuws melden: de publicatiedatum van mijn nieuwe roman Het licht dooit is bekend: 18 juni 2020 wordt de officiële publicatiedatum. Het wordt, ondanks alles, een mooie zomer.

De voortgang
De Fransen zeggen: Le bon Dieu est dans le détail. De Britten zeggen: The devil is in the detail. Hoe dan ook, details zijn cruciaal. De afgelopen weken ben ik bezig om op zinsniveau de definitieve woordvolgorde te bepalen en de laatste komma’s op de juiste plek te zetten. Dat is ongelofelijk leuk werk, dus daar kan ik me in verliezen. Ondertussen merk ik ook dat het tijd is om een punt te zetten. Dat moment is vlakbij.

De laatste redactieslag is bezig, het omslag is ontworpen, de auteursfoto is klaar, de marketing wordt gestart. Ik overweeg om een digitale boekpresentatie te houden. Er is nu geen houden meer aan. Ik kijk ernaar uit Het licht dooit aan jullie te kunnen laten zien.


De flaptekst

Deik houdt van het donker, omdat iedereen in het licht zijn mismaakte gezicht ziet en niemand naar hem luistert. In liefde, vriendschap, vaderschap en schrijverschap probeert hij zichzelf te vinden, maar hij ervaart steeds verraad.

Xander Jongejan (Velsen, 1973) publiceerde eerder de dichtbundel ‘Wat zijn de bananen duur’ en de roman ‘De tafel van Tarzan’. Xander woont en werkt in Friesland.

Voorpublicatie
Hij liep voor me uit de kamer in, keek niet of ik volgde, daar leek hij vanuit te gaan. Terecht, zo bleek, want ik volgde hem gedwee. Hij liep recht op zijn drankkast af, pakte twee glazen en schonk iets in. Ik zag de fles niet, hij stond met zijn rug naar me toe. Wel zag ik benzinekleurig spul, een bodempje in korte glazen. Het zou wel whisky zijn. Ik hield niet van whisky, maar wie vroeg mij wat? Het was een bijzondere fles, want ik hoorde een kurk. De whisky’s die ik kende, hadden een schroefdop. Hij draaide zich om en reikte me een glas aan. Koffie, dat zou er wel in gaan. Een goede sterke espresso. In de film werkt dat prima, dat ongevraagd glazen aangeven, maar nu? Hij zei nog steeds niets en ging in zijn stoel zitten. Er staan banken, donkerbruine leren banken met een dikke sprei met een bloemetjesmotief erop. De hele kamer was donker van het zware houten meubilair. Zijn stoel was een hoge fauteuil met brede leuningen en een grote hoofdsteun, die zijn hoofd omringde. Zijn snor had minstens drie kleuren, grijs, bruin en zwart. Een soort van geel tussen het grijs en het bruin in, alsof zijn sigaren daar afgaven. De armsteunen van de stoel leken voor zijn lange armen te zijn gemaakt. Dit was zijn troon. Hij zat erop alsof hij vond dat iedere man in zijn eigen huis een eigen stoel moest hebben. In zijn ene hand hield hij zijn glas, de andere lag koninklijk op de leuning, af en toe trommelend met zijn vingers. Naast zijn stoel stond een hoge asbak, op een pootje. Hij hoefde zijn hand, als er een sigaar in zat, slechts een paar centimeter naar buiten te wijken om de asbak te raken. Eronder stond een lectuurbak van eikenhout. Ik zag niet wat er in zat, want ik was zenuwachtiger dan ik wou. Hij had nog niets gezegd, maar nu kwam het.
‘Is ze bij je weg?’
‘Weet ik niet.’

Nieuws over roman Het licht dooit

Hier is nieuwsbrief nummer vijf. Kan dat, een nieuwsbrief over een roman uitbrengen, die voor jullie uit niet veel meer dan een titel en een verwachting bestaat, terwijl we leven in een wereldwijde gezondheidscrisis? Misschien hebben jullie er geen behoefte aan, omdat je hoofd er niet naar staat, misschien is het juist welkome afwisseling. Ik weet het niet. Wat ik wel weet, is dat het twee maanden geleden is sinds mijn vorige nieuwsbrief en dat er nieuws te melden is over de aanstaande publicatiedatum, vandaar dat ik hem jullie nu toch stuur. Met de meest recente flaptekst en weer een kleine voorpublicatie, enjoy!

De voortgang

Mijn planning blijft niet overeind. Ik had april in mijn hoofd als mogelijke maand om Het licht dooit in te publiceren. Dat lukt niet. In de afgelopen drie maanden heb ik niet zoveel geschreven als nodig was voor die deadline. Ik heb veel tijd en energie in mijn werk bij gemeente Leeuwarden gestoken en hield niet voldoende over om te schrijven. Of dat in tijden van virus-crisis beter zal gaan, weet ik nog niet. In mijn bijgestelde planning richt ik me nog steeds op een publicatiedatum voor de zomer, maar daar durf ik op dit moment nog geen concretere verwachting voor uit te spreken. Ik hoop dat jullie nog wat geduld hebben. 

De flaptekst (concept)

Deik (Michiel van Dijk) houdt van het donker, omdat iedereen in het licht zijn mismaakte gezicht kan zien en niemand naar hem luistert. In schrijverschap, liefde, vriendschap en vaderschap probeert hij zijn identiteit te vinden, maar hij ervaart steeds verraad en jaloezie. Als alles grondig mislukt, moet hij zichzelf eindelijk uitvinden.

Voorpublicatie

Licht scheen fel in mijn ogen. Ik kon niet weg. De microfoon wees schuldig naar mijn gezicht, mijn gehavende gezicht, dat altijd werd bekeken, maar nooit beluisterd. Mijn borst zat vol prikkels, de prikkels die je in je borst voelt als je schrikt, nadat je te nonchalant een fles cola uit de koelkast pakte, hem niet goed vasthad voor de hoeveelheid condens die de hals glad maakte waardoor hij uit je handen glipte, maar je hem nog snel op kon vangen met een oerreflex en je borst zich meteen vulde met snel opvlammende prikkels die traag uitdoofden en een spoor van geschrokken vaten en poriën en een verhoogde hartslag achterlieten, die prikkels had ik nu ik op dit podium stond van deze aula, op dit dorpsplein, de executieplaats van deze gemiddelde scholengemeenschap van de stad waar ik geboren was. Ik was koud, ik had het heet. Mijn blaadjes trilden als mijn lijf. Mijn stem, waar kwam die vandaan?

Nieuws over nieuwe roman

Nieuws

Hier is nieuwsbrief nummer vier. Ik dacht een strak schema van een maandelijkse nieuwsbrief aan te moeten houden, maar dat is niet gelukt, zoals je hebt gemerkt. Als je tussentijds vragen hebt, laat het weten. Voor de nieuwsbrief hou ik het op een voorspelbaar onregelmatig schema; hij komt altijd binnenkort.

De voortgang

Wanneer ben je precies in de afrondende fase? Ik pas nog veel aan. Geen grote dingen meer, maar wel belangrijke keuzes: begin ik met dit of met dat hoofdstuk? Wil ik dat lezers zich afvragen hoe het allemaal zo heeft kunnen gebeuren of vind ik het mooier als lezers gaandeweg ontdekken wat er gebeurt? Met dat soort van vragen speel ik nog. En of ik de tijd in alle gevallen goed heb. En het perspectief? Natuurlijk wil ik het graag afronden, maar deze fase is ook te leuk. Ondertussen een gesprekje met een uitgever hier en daar. Dus heb ik vragen over zelf of samen doen. De komende maanden zal het allemaal duidelijk worden. Ik laat het jullie weten.

De flaptekst (concept)

Deik (Michiel van Dijk) houdt van het donker, omdat iedereen in het licht zijn mismaakte gezicht kan zien en niemand naar hem luistert. In schrijverschap, liefde, vriendschap en vaderschap probeert hij zijn identiteit te vinden, maar hij ervaart steeds verraad en jaloezie. Als alles grondig mislukt, moet hij zijn demonen in de vuile bek kijken en zichzelf eindelijk uitvinden.

Voorpublicatie

De kunst was om de kou buiten je te houden. Mensen zeggen dat je je tegen warmte niet kan beschermen, maar tegen kou wel. Die mensen hebben het nog nooit koud gehad. Vroeger, voordat alles gebeurde, dacht ik dat ook. Ik dacht van alles voor het gebeurde. Daarna dacht ik niet veel meer. Het enige punt van belang was de kou buiten me te houden. Het belangrijkste waren mijn benen en mijn hoofd. Ik kon niet zonder mijn muts, ik droeg hem dag en nacht. Slapen zonder schoenen lukte me niet. De broek over mijn broek was nodig. Mijn papieren zaten in de zakken van mijn onderste broek. Mijn neus was standaard koud. Ik snoot hem vaak. Mijn neus moest droog zijn, want snot bevroor en koelde mijn hoofd van binnenuit. Een koude neus kreeg ik slecht warm, dat was gevaarlijk. Soms nam ik hem tussen mijn twee vlakke handen en wreef hem op. Mijn handen vlak houden en vooral met mijn vingers over de neus gaan, als ik mijn handpalmen niet vlak genoeg hield, gingen mijn neusvleugels dubbel. Dat deed zeer. Als ik mijn neus te veel liet afkoelen, begon de kou aan mijn wenkbrauwen en wangen. Mijn neus was een ingang. Ik mocht het niet toestaan. Als het aan de rest van mijn hoofd begon te eten was ik verloren.

Nieuws over mijn aankomende roman

Aan de reacties en aanmeldingen te zien, vinden jullie het interessant om te horen hoe het gaat met de roman. Dat is fijn. Ik vertel er graag over. Het maakt het ondertussen spannender en echter. Nu jullie hem verwachten, moet hij er zeker komen.

De details
The devil is in the detail, zeggen de Engelsen en zo is het. Dat het verhaal staat en de personages leven is niet voldoende. De details (een kleine hint in hoofdstuk 3 om er in hoofdstuk 11 op terug te kunnen komen, een ervaring in deel 1, die belangrijk wordt voor de ontwikkelingen in deel 2) maken de roman af. Als de details niet goed zijn, is hij (nog) niet goed. Dit is het leukste werk voor mij, het gepriegel en gepeuter. Gelukkig hangt er weinig vanaf, behalve de kwaliteit…

De beeldspraak
Het licht dooit. Hoofdpersonage Deik mijdt het licht. Als hij in het licht staat, is hij zichtbaar. Als hij wordt gezien, ervaart hij kou van de mensen. Als het schemert, wordt hij minder zichtbaar en verdwijnt die kou. Het lastige van de beeldspraak is natuurlijk dat licht normaal gesproken zorgt voor warmte. Niet bij Deik. Kou en warmte, licht en donker, het loopt allemaal door elkaar bij hem. Arme jongen.

Voorpublicatie
Toen iedereen zat, werd het stiller. Gepraat en gekraai veranderde in geschuif, het stemloze geluid van mensen die verzitten en hun kaartje of portemonnee in hun binnenzak deden. Het licht was fel. Ik had liever de tweede rij gehad. Het leek wel of het steeds feller werd. De barman was de laatste die binnenkwam. Hij ging op een barkruk achter het mengpaneel zitten, was nu de lichttechnicus, deed iets met knoppen zonder zichtbaar effect en zei toen hard:
‘Oké.’
Toen werd het doodstil. Het licht ging ineens uit en toen langzaam weer aan. Het licht zei dat het begon.
[…]
Terwijl ik me hierover opwind, komt een vrouw op. In het licht, gekleed in het zwart, met de grootste ogen van Sticht, de rechtste tanden en de volste blos op de babywangen van een twintiger, stelt ze zich in het volle licht voor als Jocaste, de vrouw van Oidipous. Door deze jonge vrouw, met haar bruine haar, haar rake handgebaren, haar heldere stem, vergeet ik de pijn van de stoelrand in mijn benen. Ze praat ook zangerig, zoals de ziener, maar met een directe lijn mijn hart in, waarmee ze me hypnotiseert.

Meer nieuws over mijn volgende roman

Hier is mijn tweede nieuwsbrief om jullie te laten weten hoe het gaat met mijn volgende roman. Er staat al veel vast: de personages, de arena’s, de thema’s en de ontwikkelingen. Er is een goede basis (daarom durf ik jullie deze nieuwsbrieven te sturen), maar hij is nog niet klaar. Belangrijk werk moet nog worden gedaan de komende maanden om Het licht dooit in het voorjaar te kunnen publiceren. In deze nieuwsbrief een inkijkje in de vormgeving, mijn ervaring met meelezers en natuurlijk een klein voorproefje. Enjoy!

Blauw
Voor de omslag heb ik de basiskleur gekozen. Blauw. Fris hemelsblauw. Van dat blauw van een wolkeloze, heldere zomerzondag, waarbij je tot diep in de kleur kan kijken. De omslag is de belangrijkste bijzaak van een roman. De uitstraling moet kloppen met het verhaal, lezers moeten geïnteresseerd kunnen raken. Zelf moet ik er ook lang tegenaan kunnen kijken. Blauw dus. Er zijn veel kleuren blauw, heel veel. Als het in jouw browser goed te zien is: het wordt de kleur in de kop van deze nieuwsbrief. Waarschijnlijk. 😉

Meelezen
Een paar kritische, geoefende lezers kijken met me mee. Vinden ze het verhaal duidelijk, logisch en interessant? Hoofdpersonage Deik (Michiel van Dijk) heeft moeite om zichzelf te zijn. Is duidelijk waarom dat zo is? Hij probeert zijn identiteit te vinden in schrijverschap, vriendschap en vaderschap, maar ervaart verraad en jaloezie. Is dat logisch? Als alles grondig mislukt, staat hij voor de taak zichzelf uit te vinden. Is dat interessant? Terwijl ik wacht op commentaar, kom ik weinig aan schrijven toe. Gelukkig zijn er nieuwsbrieven te schrijven.

Voorpublicatie
‘Dat stuk met dat gezicht van die vrouw vond ik goed. Je beschreef hoe het blauwe zwaailicht haar gezicht af en aan verkleurde. Hoe ongeloof en paniek werden ingekleurd. Indrukwekkend.’
‘Dat heb ik wat verfraaid.’
‘Echt?’
‘Sorry.’
‘Dat is juist goed! Daar gaat het om.’
‘Ik voelde me er schuldig over, omdat het niet zo was gegaan.’
‘Het doet er niet toe of het zo is gegaan.’ Hij keek me weer aan alsof hij alles wist.
‘Het is goed geworden,’ gaf ik toe.
‘Daarom. Nooit schuldig voelen, zinloze emotie.’
‘Ik zal het onthouden.’
‘Wil je wat lezen?’
‘Daarvoor ben ik hier, toch?’
Hij drukte zijn sigaret uit in de asbak die in de vensterbank stond, ging achter zijn zoemende pc zitten, klikte de monitor aan. Dit zag eruit als een ritueel. Zonder te kijken, greep hij naar zijn sigaretten, stak een nieuwe op. Het bolle scherm activeerde zich, langzaam kwam een groene cursor tot leven. Hij knipperde gelijkmatig, wachtend op een commando.
‘Ken je DOS?’ vroeg Bart. Hij keek er trots bij. Misschien dacht hij dat ik niet met een pc werkte, of niet met DOS. Hij had geen gelijk, ik had een eigen pc op mijn kamer. Met DOS en Word Perfect 4.2.
‘Wat wou je me laten zien?’
‘Deze tekst.’
Hij klikte en tikte en een tekst verscheen op het groene scherm. Hij rolde naar achteren, stond op, pakte zijn sigaret en gebaarde naar het scherm en de stoel. Ga je gang. Ik ging achter de pc zitten en las de tekst. Zelf liet ik zelden wat lezen aan anderen. Kopij voor de schoolkrant, dat wel, maar alleen als ik wist dat het goed genoeg was om te publiceren. Als het niet klaar was, was het niet voor de anderen. Tot nu toe dan, want dat veranderde hier en nu, radicaal.

Nieuws over ‘Het licht dooit’

Hoe gaat het met mijn roman in wording? Het gaat goed. Hij is nog niet klaar, maar ik kan jullie vast met vertrouwen zeggen dat het goed gaat en dat hij eraan komt. Tijdens het schrijven verander ik nogal eens de namen en profielen van mijn personages. Tot ik op het punt kom, dat het niet meer kan. Dan heten ze zoals ze heten en kan ik er niets meer aan doen. Daar ben ik nu. De personages zijn wie ze zijn. Ik kan ze in deze eerste nieuwsbrief aan jullie voorstellen. Verder vind je in deze nieuwsbrief informatie over het verhaal en de planning en een kleine voorpublicatie. Heb je vragen of opmerkingen, laat het gerust weten.

Het verhaal
Er willen veel personages meedoen aan dit verhaal: Bart (‘Vriend Klootzak’), Ellen de Graaf (‘Ellende’), Dilek (vriendin/woordvoerder van de wethouder), Janchi Prins (vriend), Ozgur (engel), Melchior (barman/lichttechnicus), Marthijs (theaterdocent), Miroslav (regisseur-in-opleiding), ‘Oliver Hardy’ en Erik (acteurs-in-opleiding), Sukumar de sorryman, Hector en ‘De Burgemeester’ (daklozen), een wethouder, enkele docenten en vele anderen.

Deik (Michiel van Dijk) is het hoofdpersonage. Deik heeft moeite om zichzelf te zijn. Hij probeert zijn identiteit te vinden in schrijverschap, vriendschap en vaderschap, maar ervaart verraad en jaloezie. Als alles grondig mislukt, staat hij voor de taak zichzelf uit te vinden.

Voorpublicatie
Klijberg, de leraar die ik voor Burgers had, was anders. Zij lachte hard om mijn fonetische uitspraak van het woord fauteuil bij een dictee. Klijberg was een kleine, scherpe vrouw. Haar jukbeenderen staken voorbij haar neus. Haar zwartgeverfde haar stak af van haar bleke huid.
Op de eerste toets die ik van haar kreeg, schreef ik haar naam als Kleiberg. Vanuit de plaggenhut waar ze woonden, keken haar voorouders vast uit op een berg klei. Deze scherpe nazaat van plaggenhutmensen zette een dikke rode streep door haar door mij geschreven naam en ‘verbeterde’ mijn achternaam door de lange ij te vervangen door een korte, een pedagogisch oog-om-oog. Bij het uitdelen van de nagekeken toetsbladen maakte ze een opmerking aan niemand in het bijzonder:
‘Natuurlijk zijn er ook dit jaar weer mensen die denken dat mijn naam iets met klei van doen heeft. Dat is niet het geval. Taal is geen wiskunde, je kunt niet altijd rationeel beredeneren hoe iets wel of niet wordt geschreven. Het gaat om gevoel, gevoel voor woorden en betekenissen. Niet iedereen is ermee geboren. Let dan extra goed op in mijn lessen.’
Daarna keek ze de klas rond, met een vleugje van een lach op haar wangen. Haar ogen rustten kort op mij. Ik was de punt van haar zin. Sinds die dag noem ik me Deik. Als statement, als kritiek op de minzamen. Een loos statement, want niemand hoorde het verschil.

Planning
Een van de voordelen van uitgeven in eigen beheer: eigen deadlines. Mijn ideeën over het wenselijke en vermoedelijke verloop van het proces bepalen de planning. Voor iemand die graag zijn eigen keuzes maakt, is dat heel fijn. Mijn planning is nog steeds: redactie en vormgeving in het najaar van 2019, productie in het komende voorjaar, publicatie rond april 2020.

Deze planning zegt vooral: stel het uit, ga niet te snel, geef het tijd. Ik trap niet in de selfpub-valkuil van snel-snel-gewoon-omdat-het-kan. Hoe graag ik hem ook de wereld in wil hebben, hij moet helemaal klaar zijn, dan pas is hij voor jullie.

Nieuwe roman komt er aan

Het licht dooit. Zo heet de roman waar ik nu aan werk. Het plan is hem dit jaar af te ronden en hem volgend jaar uit te brengen.

Het licht dooit gaat over verraad. In liefde en vriendschap, in leven en werk. Verraad dat kapot maakt en vraagt om herstel.

Wil je de vorderingen volgen? Meld je aan voor de nieuwsbrief.

Een jaar na publicatie. En nu?

Februari vorig jaar bracht ik mijn roman De tafel van Tarzan uit. Het was mijn eerste, dus het was een jaar met veel eerste keren.

– 1e keer verwacht mijn roman in een boekhandel zien staan;
– 1e keer onverwacht mijn roman in een boekhandel zien staan;
– 1e keer mijn roman omgevormd gezien tot bibliotheekboek;

– 1e keer positieve berichten in mijn mailbox, met werkelijk warme reacties;
– 1e positieve recensie;
– 1e negatieve recensie;
– 1e keer een stuk in de plaatselijke krant;
– 1e keer royalty’s ontvangen (mijn baan nog niet opgezegd);
– 1e reclamecampagne gekocht (hoe meet je de opbrengst daarvan?);
– 1e keer op een long list voor een selfpub-prijs;
– 1e keer niet op een short list voor een selfpub-prijs;
– 1e keer dat ik op socials aandacht vraag voor mijn schrijverij;
– 1e keer de reactie op Facebook dat ik niet ‘steeds’ mijn boek moest pluggen;
– 1e keer meedoen aan een boekenestafette in een Facebookgroep (dankjewel Shirley!);
– 1e keer dat ik meedeed aan een Leesclub op Hebban (wauw!);
– 1e keer dat een lezer mijn boek in zijn favoriete 25 zet (bedankt Sven!);
– 1e keer een schriftelijk interview op een boekenblog;
– 1e keer een tweede interview op een boekenblog;
– 1e keer dat ik door allerlei gesprekken en reacties op mijn boek nu ook voor anderen een schrijver ben.

Al deze ervaringen maken me completer. Als schrijver, zelfs als mens. Iedereen die daaraan heeft bijgedragen bedank ik bij deze graag heel hartelijk.

En nu? Wat zal ik nu eens gaan doen? Het enige antwoord daarop is natuurlijk: schrijven. Schrijven aan de volgende. En dat is wat ik doe. Er is een tweede roman in de maak. Publicatie is voorzien in 2020. Wie wil de werktitel weten?