Goede ontvangst!

Het licht dooit wordt goed ontvangen. In de grootste leescommunity van Nederland (Hebban.nl) hebben 22 lezers Het licht dooit in een leesclub besproken.

Enthousiasme alom. Hoge waarderingen voor het levendige verhaal, de sprekende personages en het bijzondere taalgebruik. Gemiddeld vier sterren. Lees hier het eindverslag van de leesclub.

Dat deel ik graag. Niet van ‘Kijk mij nou’, maar om te laten zien dat het een bijzonder boek is dat wordt gewaardeerd door lezers die op zoek zijn naar een intense leeservaring. Ben jij dat ook? Lees Het licht dooit!

Direct via deze site te bestellen (klik rechts). Ook via elke boekhandel verkrijgbaar.

Daar is hij dan!

18 juni kwam Het licht dooit uit. Hij is in elke boekhandel te bestellen, off- & online.

Wat ik wou met Het licht dooit
Vijf jaar heb ik met dit verhaal gewerkt. Ik wou uitzoeken wat schrijven voor mij betekent. Onderzoeken hoe ik aankijk tegen de balans tussen vriendschap en prestaties. Hoe het zit met verraad. En met jaloezie. Ik wou iets met het verhaal van Woyzeck. Met mijn ervaringen in de toneelwereld in de jaren negentig in het prachtige Utrecht. Met Oidipous. Met zijn wie je bent en worden wie je kan zijn. Ik wou iets doen met de moeite die veel mensen hebben om mee te doen, om de codes te leren kennen en zich ertoe te verhouden. Met paranoia. Ik wou iets met mijn leraren Nederlands uit de periode dat ik het schrijven ontdekte. Mijn auditie aan de Toneelschool. De vriendschappen uit mijn puberteit. Dat heb ik allemaal in dit boek gekregen. Ik wou nog veel meer, maar dat heb ik er gelukkig allemaal uit weten te houden. En vooral wou ik iets met de magische seconden tussen de momenten dat in het theater het zaallicht uitgaat en het toneellicht aan. Het moment dat het licht dooit.

De opdracht
Dit boek draag ik op aan Jasper, vriend met wie ik het schrijven ontdekte. In Het licht dooit heb ik geprobeerd de branie te vangen die we toen ervaarden bij het vrolijk spelen met vuur. We hadden geen idee, maar we wisten het precies. Ik verlang er nog vaak naar terug.

Voorpublicatie
Nu jij,’ zei hij, terwijl hij weer een sigaret pakte.
Hij had me gevraagd teksten mee te nemen. Ik haalde ze uit mijn tas. Het waren gedichten, een cyclus van zes. Ik was er best tevreden over, ze zagen er netjes uit, waren vol betekenis en ook grappig. Ik reikte hem de bladen aan, maar hij pakte ze niet aan.
‘Lees maar voor,’ zei hij.
Daar had ik niet op gerekend. Dat anderen mij lazen, waar ik wel of niet bij was, was goed. Niet dat voorlezen.
‘Nee,’ zei ik.
In mijn hoofd had ik ze vaak gelezen, maar nooit hardop en nooit voor een ander. Het zweet brak me uit, mijn linkerslaap klopte. Als hij het las, was het al spannend genoeg. Wat deed ik hier eigenlijk?
‘Jawel,’ zei hij.
Naakt stond ik in zijn kamer. Hij wachtte, beide benen languit steunend op een lage openstaande bureaula. Hij zou mijn papieren niet aanpakken. Ik zag geen uitweg.
Ik begon.
Toen ik klaar was, was hij lang stil. Hij rookte en was stil. Hij dacht na en ik wachtte. Toen leek het alsof hij het wist, hij drukte hij zijn sigaret uit.
‘Waarom mompel je zo?’

Publicatiedatum bekend

Er is veel werk verzet sinds mijn vorige bericht, dus ik kan fijn nieuws melden: de publicatiedatum van mijn nieuwe roman Het licht dooit is bekend: 18 juni 2020 wordt de officiële publicatiedatum. Het wordt, ondanks alles, een mooie zomer.

De voortgang
De Fransen zeggen: Le bon Dieu est dans le détail. De Britten zeggen: The devil is in the detail. Hoe dan ook, details zijn cruciaal. De afgelopen weken ben ik bezig om op zinsniveau de definitieve woordvolgorde te bepalen en de laatste komma’s op de juiste plek te zetten. Dat is ongelofelijk leuk werk, dus daar kan ik me in verliezen. Ondertussen merk ik ook dat het tijd is om een punt te zetten. Dat moment is vlakbij.

De laatste redactieslag is bezig, het omslag is ontworpen, de auteursfoto is klaar, de marketing wordt gestart. Ik overweeg om een digitale boekpresentatie te houden. Er is nu geen houden meer aan. Ik kijk ernaar uit Het licht dooit aan jullie te kunnen laten zien.


De flaptekst

Deik houdt van het donker, omdat iedereen in het licht zijn mismaakte gezicht ziet en niemand naar hem luistert. In liefde, vriendschap, vaderschap en schrijverschap probeert hij zichzelf te vinden, maar hij ervaart steeds verraad.

Xander Jongejan (Velsen, 1973) publiceerde eerder de dichtbundel ‘Wat zijn de bananen duur’ en de roman ‘De tafel van Tarzan’. Xander woont en werkt in Friesland.

Voorpublicatie
Hij liep voor me uit de kamer in, keek niet of ik volgde, daar leek hij vanuit te gaan. Terecht, zo bleek, want ik volgde hem gedwee. Hij liep recht op zijn drankkast af, pakte twee glazen en schonk iets in. Ik zag de fles niet, hij stond met zijn rug naar me toe. Wel zag ik benzinekleurig spul, een bodempje in korte glazen. Het zou wel whisky zijn. Ik hield niet van whisky, maar wie vroeg mij wat? Het was een bijzondere fles, want ik hoorde een kurk. De whisky’s die ik kende, hadden een schroefdop. Hij draaide zich om en reikte me een glas aan. Koffie, dat zou er wel in gaan. Een goede sterke espresso. In de film werkt dat prima, dat ongevraagd glazen aangeven, maar nu? Hij zei nog steeds niets en ging in zijn stoel zitten. Er staan banken, donkerbruine leren banken met een dikke sprei met een bloemetjesmotief erop. De hele kamer was donker van het zware houten meubilair. Zijn stoel was een hoge fauteuil met brede leuningen en een grote hoofdsteun, die zijn hoofd omringde. Zijn snor had minstens drie kleuren, grijs, bruin en zwart. Een soort van geel tussen het grijs en het bruin in, alsof zijn sigaren daar afgaven. De armsteunen van de stoel leken voor zijn lange armen te zijn gemaakt. Dit was zijn troon. Hij zat erop alsof hij vond dat iedere man in zijn eigen huis een eigen stoel moest hebben. In zijn ene hand hield hij zijn glas, de andere lag koninklijk op de leuning, af en toe trommelend met zijn vingers. Naast zijn stoel stond een hoge asbak, op een pootje. Hij hoefde zijn hand, als er een sigaar in zat, slechts een paar centimeter naar buiten te wijken om de asbak te raken. Eronder stond een lectuurbak van eikenhout. Ik zag niet wat er in zat, want ik was zenuwachtiger dan ik wou. Hij had nog niets gezegd, maar nu kwam het.
‘Is ze bij je weg?’
‘Weet ik niet.’

Nieuws over roman Het licht dooit

Hier is nieuwsbrief nummer vijf. Kan dat, een nieuwsbrief over een roman uitbrengen, die voor jullie uit niet veel meer dan een titel en een verwachting bestaat, terwijl we leven in een wereldwijde gezondheidscrisis? Misschien hebben jullie er geen behoefte aan, omdat je hoofd er niet naar staat, misschien is het juist welkome afwisseling. Ik weet het niet. Wat ik wel weet, is dat het twee maanden geleden is sinds mijn vorige nieuwsbrief en dat er nieuws te melden is over de aanstaande publicatiedatum, vandaar dat ik hem jullie nu toch stuur. Met de meest recente flaptekst en weer een kleine voorpublicatie, enjoy!

De voortgang

Mijn planning blijft niet overeind. Ik had april in mijn hoofd als mogelijke maand om Het licht dooit in te publiceren. Dat lukt niet. In de afgelopen drie maanden heb ik niet zoveel geschreven als nodig was voor die deadline. Ik heb veel tijd en energie in mijn werk bij gemeente Leeuwarden gestoken en hield niet voldoende over om te schrijven. Of dat in tijden van virus-crisis beter zal gaan, weet ik nog niet. In mijn bijgestelde planning richt ik me nog steeds op een publicatiedatum voor de zomer, maar daar durf ik op dit moment nog geen concretere verwachting voor uit te spreken. Ik hoop dat jullie nog wat geduld hebben. 

De flaptekst (concept)

Deik (Michiel van Dijk) houdt van het donker, omdat iedereen in het licht zijn mismaakte gezicht kan zien en niemand naar hem luistert. In schrijverschap, liefde, vriendschap en vaderschap probeert hij zijn identiteit te vinden, maar hij ervaart steeds verraad en jaloezie. Als alles grondig mislukt, moet hij zichzelf eindelijk uitvinden.

Voorpublicatie

Licht scheen fel in mijn ogen. Ik kon niet weg. De microfoon wees schuldig naar mijn gezicht, mijn gehavende gezicht, dat altijd werd bekeken, maar nooit beluisterd. Mijn borst zat vol prikkels, de prikkels die je in je borst voelt als je schrikt, nadat je te nonchalant een fles cola uit de koelkast pakte, hem niet goed vasthad voor de hoeveelheid condens die de hals glad maakte waardoor hij uit je handen glipte, maar je hem nog snel op kon vangen met een oerreflex en je borst zich meteen vulde met snel opvlammende prikkels die traag uitdoofden en een spoor van geschrokken vaten en poriën en een verhoogde hartslag achterlieten, die prikkels had ik nu ik op dit podium stond van deze aula, op dit dorpsplein, de executieplaats van deze gemiddelde scholengemeenschap van de stad waar ik geboren was. Ik was koud, ik had het heet. Mijn blaadjes trilden als mijn lijf. Mijn stem, waar kwam die vandaan?

Nieuws over nieuwe roman

Nieuws

Hier is nieuwsbrief nummer vier. Ik dacht een strak schema van een maandelijkse nieuwsbrief aan te moeten houden, maar dat is niet gelukt, zoals je hebt gemerkt. Als je tussentijds vragen hebt, laat het weten. Voor de nieuwsbrief hou ik het op een voorspelbaar onregelmatig schema; hij komt altijd binnenkort.

De voortgang

Wanneer ben je precies in de afrondende fase? Ik pas nog veel aan. Geen grote dingen meer, maar wel belangrijke keuzes: begin ik met dit of met dat hoofdstuk? Wil ik dat lezers zich afvragen hoe het allemaal zo heeft kunnen gebeuren of vind ik het mooier als lezers gaandeweg ontdekken wat er gebeurt? Met dat soort van vragen speel ik nog. En of ik de tijd in alle gevallen goed heb. En het perspectief? Natuurlijk wil ik het graag afronden, maar deze fase is ook te leuk. Ondertussen een gesprekje met een uitgever hier en daar. Dus heb ik vragen over zelf of samen doen. De komende maanden zal het allemaal duidelijk worden. Ik laat het jullie weten.

De flaptekst (concept)

Deik (Michiel van Dijk) houdt van het donker, omdat iedereen in het licht zijn mismaakte gezicht kan zien en niemand naar hem luistert. In schrijverschap, liefde, vriendschap en vaderschap probeert hij zijn identiteit te vinden, maar hij ervaart steeds verraad en jaloezie. Als alles grondig mislukt, moet hij zijn demonen in de vuile bek kijken en zichzelf eindelijk uitvinden.

Voorpublicatie

De kunst was om de kou buiten je te houden. Mensen zeggen dat je je tegen warmte niet kan beschermen, maar tegen kou wel. Die mensen hebben het nog nooit koud gehad. Vroeger, voordat alles gebeurde, dacht ik dat ook. Ik dacht van alles voor het gebeurde. Daarna dacht ik niet veel meer. Het enige punt van belang was de kou buiten me te houden. Het belangrijkste waren mijn benen en mijn hoofd. Ik kon niet zonder mijn muts, ik droeg hem dag en nacht. Slapen zonder schoenen lukte me niet. De broek over mijn broek was nodig. Mijn papieren zaten in de zakken van mijn onderste broek. Mijn neus was standaard koud. Ik snoot hem vaak. Mijn neus moest droog zijn, want snot bevroor en koelde mijn hoofd van binnenuit. Een koude neus kreeg ik slecht warm, dat was gevaarlijk. Soms nam ik hem tussen mijn twee vlakke handen en wreef hem op. Mijn handen vlak houden en vooral met mijn vingers over de neus gaan, als ik mijn handpalmen niet vlak genoeg hield, gingen mijn neusvleugels dubbel. Dat deed zeer. Als ik mijn neus te veel liet afkoelen, begon de kou aan mijn wenkbrauwen en wangen. Mijn neus was een ingang. Ik mocht het niet toestaan. Als het aan de rest van mijn hoofd begon te eten was ik verloren.

Nieuws over mijn aankomende roman

Aan de reacties en aanmeldingen te zien, vinden jullie het interessant om te horen hoe het gaat met de roman. Dat is fijn. Ik vertel er graag over. Het maakt het ondertussen spannender en echter. Nu jullie hem verwachten, moet hij er zeker komen.

De details
The devil is in the detail, zeggen de Engelsen en zo is het. Dat het verhaal staat en de personages leven is niet voldoende. De details (een kleine hint in hoofdstuk 3 om er in hoofdstuk 11 op terug te kunnen komen, een ervaring in deel 1, die belangrijk wordt voor de ontwikkelingen in deel 2) maken de roman af. Als de details niet goed zijn, is hij (nog) niet goed. Dit is het leukste werk voor mij, het gepriegel en gepeuter. Gelukkig hangt er weinig vanaf, behalve de kwaliteit…

De beeldspraak
Het licht dooit. Hoofdpersonage Deik mijdt het licht. Als hij in het licht staat, is hij zichtbaar. Als hij wordt gezien, ervaart hij kou van de mensen. Als het schemert, wordt hij minder zichtbaar en verdwijnt die kou. Het lastige van de beeldspraak is natuurlijk dat licht normaal gesproken zorgt voor warmte. Niet bij Deik. Kou en warmte, licht en donker, het loopt allemaal door elkaar bij hem. Arme jongen.

Voorpublicatie
Toen iedereen zat, werd het stiller. Gepraat en gekraai veranderde in geschuif, het stemloze geluid van mensen die verzitten en hun kaartje of portemonnee in hun binnenzak deden. Het licht was fel. Ik had liever de tweede rij gehad. Het leek wel of het steeds feller werd. De barman was de laatste die binnenkwam. Hij ging op een barkruk achter het mengpaneel zitten, was nu de lichttechnicus, deed iets met knoppen zonder zichtbaar effect en zei toen hard:
‘Oké.’
Toen werd het doodstil. Het licht ging ineens uit en toen langzaam weer aan. Het licht zei dat het begon.
[…]
Terwijl ik me hierover opwind, komt een vrouw op. In het licht, gekleed in het zwart, met de grootste ogen van Sticht, de rechtste tanden en de volste blos op de babywangen van een twintiger, stelt ze zich in het volle licht voor als Jocaste, de vrouw van Oidipous. Door deze jonge vrouw, met haar bruine haar, haar rake handgebaren, haar heldere stem, vergeet ik de pijn van de stoelrand in mijn benen. Ze praat ook zangerig, zoals de ziener, maar met een directe lijn mijn hart in, waarmee ze me hypnotiseert.